Stilleven met waaier, dodenmasker en pauwenveer , 1885
Berthe Art, geboren in een welgesteld Brussels gezin in 1857, behoort tot een groep prominente vrouwelijke kunstenaars die hun werk onder meer kort voor eeuwwisseling in België samen tentoonstelden in de 4 salons van de Cercle des femmes peintres (1888-1893). Ook onder andere Georgette Meunier, Marie de Bièvre, Louise De Hem en Alice Ronner waren er als kunstenaar en stichtend lid actief.
Net als Meunier, De Hem en vele andere vrouwen volgde Berthe Art les van de Belgische schilder Alfred Stevens (1823–1906) in Parijs. Stevens’ Atelier féminin was een noodzakelijke oplossing door de uitsluiting van vrouwen uit de academie. Art werkte in olieverf, maar vooral haar beheersing van de pasteltechniek was indrukwekkend. In dit medium was ze het meest actief. Naast een aantal portretten en werken met vogels bestaat haar oeuvre vooral uit stillevens met bloemen, snuisterijen, atelierbenodigdheden en andere objecten. In sommige van haar bloemstukken trekt, naast de bloemen en vazen, ook de wandbekleding op de achtergrond de aandacht. De ragfijne stofweergave van de wandtextielen doet denken aan die in Stevens’ interieurs, zo ook de chinoiserieën en oriëntalistische beeldjes of stoffen die in sommige van Arts stillevens opduiken. De vooraanstaande cri¬ticus Sander Pierron schreef in 1904, in het typerend paternalistisch doch goedbedoelde taalgebruik over vrouwelijke kunstenaars: ‘Berthe Art is een opmer¬kelijke uitzondering onder de interessante groep van onze schil¬deressen: ze combineert elegantie, de voorname waarneming die haar geslacht haar geeft, met een expressieve kracht en een abso¬luut mannelijk coloriet’. Pierron karakteriseerde Arts werk tegelijk als ‘koortsig’ (fiévreux) en ‘onrustig’ (inquiet).
In het hier besproken Stilleven uit 1885 maakte Art een compositie van lichte, ranke objecten: pauwenveren, een takje, kleine snijbloemen, een glazen flesje en een half opengevouwen oriëntaalse waaier op de rand van een tafelvlak. Al deze objecten lijken wankel – onrustig, om het met Pierron te zeggen – alsof ze door de lichtste trilling of tochtbries uit hun delicate positie kunnen vallen. Het harmonieuze kleurenpalet is in lijn met dit evenwicht. Ook het centrale voorwerp waarrond dit alles is geplaatst, een gipsen vrouwenhoofd, leunt tegen de achterwand en onderstreept zo zijn eigen breekbaarheid. Berthe Arts in 1889 tentoongestelde Accessoires d’atelier toonde eveneens heel wat (fragmenten van) gipsen maskers. De gipsen buste in het schilderij uit 1885 is geïdentificeerd als het profiel van de zogenaamde Inconnue de la Seine. Over deze vrouw ging het verhaal dat haar verdronken lichaam werd teruggevonden in de Parijse rivier, waarna een dodenmasker werd genomen van het opvallend gave en glimlachende gezicht. Vooral na 1900 zou het enigmatische doodsportret, in gips gereproduceerd door Michele Lorenzi, heel wat dichters als Rilke en Aragon inspireren. Door de buste al in 1885 af te beelden toont Berthe Art zich als een bijdetijdse kunstenaar met de vinger aan de artistieke pols in Parijs. Een frontale weergave van de Noyée of Inconnue de la seine werd in 1871 opgenomen in het laatste volume van de Cours de dessin door Charles Bargue en Jean-Léon Gérôme, maar andere voorstelling van voor 1900 zijn schaars. Hoewel Art al 27 was in 1885 zou haar eerste salondeelname pas in 1888 vallen. Ook dateert dit werk uit de periode waarin Art de overgang maakte van olieverf naar pastel.
| Vervaardiger | Art, Berthe |
|---|---|
| Titel | Stilleven met waaier, dodenmasker en pauwenveer |
| Datering | 1885 |
| Standplaats | Nu te zien in de Venetiaanse Gaanderijen |
| Objectnaam | schilderij |
| Materiaalbeschrijving | olieverf op doek |
| Afmetingen | 97 x 71 cm (hxb) |
| Opschrift | signatuur + datering rechtsonder Berthe Art 1885 |
| Collectie | Collectie Mu.ZEE |
| Verwerving | aankoop, 2024-06-25 |
| Objectnummer | MZ000437 |
| pURI | https://www.muzee.be/collection/work/id/MZ000437 |